Mooiste dag van een ExpresZo

Slow but steady loses the race

Het was het einde van een relatief korte studieweek, de zon was inmiddels onder en de paaseieren vlogen de winkel uit. Met piepende banden parkeerde ik net op tijd mijn fiets en holde naar de stadsgehoorzaal. Het voorprogramma van het meest epische weekend van het jaar zou die avond namelijk plaatsvinden: de delta playbackshow. Na een aantal oefenavonden achter de rug te hebben met meer afmeldingen dan aanwezigen was het dan eindelijk zover om onze hopeloze act tot uitvoering te brengen. Dit alles echter pas nadat we gezamenlijk de allergrootste horecafles wodka gedronken hadden, om de danspassen die we in ons toneelstuk toch al niet hadden ingebouwd wellicht toch te doen vergeten. 

Toen de prijsuitreiking begon was ik nog net niet al naar huis afgedropen. Het zou toch niets worden. Gezien ik zoveel gezopen had dat ik nauwelijks meer kon lopen besloot ik toch te blijven zitten. Toen werd omgeroepen dat de winnaar van de spekjesprijs ExpresZo was, kon ik mijn oren echter niet geloven. Ik rende naar het podium en als voorzitter van zowel het Dispuut als de Playbackcie deed ik het woord voor een volle stadsgehoorzaal namens het GrootschLeidsch. Ik heb geen idee meer wat ik zei en ik kwam nauwelijks nog uit mijn woorden, maar ik was trots. Zo trots, dat ik diezelfde nacht geen oog dicht zou doen.

 

De volgende dag zou echter de liftwedstrijd plaatsvinden. Met mijn trouwe jaargenoot en liftpartner Johannes zouden wij als Team JoViVat moeiteloos de liftbokaal bemachtigen. Als ik op tijd was geweest tenminste… Het gebrek aan slaap speelde mij direct parten en na het verstrijken van het Leidsch kwartiertje verscheen ik op de startplek. Een hopeloze missie, zou je denken. Hierna raceten we naar Leiden Lammenschans om een lift de snelweg op te krijgen. Dit lukte gelukkig snel! We waren vertrokken! We lieten ons tactisch bij het grootste tankstation in de buurt van Rotterdam afzetten. Direct renden we het tankstation op om mensen te vragen of ze ons een lift konden aanbieden. Keer op keer kregen we een nee op deze vraag, totdat we langs een heel obscuur busje liepen.

“Zullen we dit busje proberen?” vroeg Johannes, waarop ik antwoordde dat ik dit toch echt niet vertrouwde. Precies op het moment dat we besloten verder te lopen liep de vrouw echter het busje uit en vroeg zij ons waar wij naar toe wilden gaan. “Naar Reims.”, antwoordde ik. Ze antwoordde dat ze die kant op ging, dus wij keken elkaar aan en dachten: what the heck, waarom ook niet? Het busje kon namelijk 80 kilometer per uur rijden. Ondanks dat dit langzamer is dan de mogelijke 130 km/h was dit nog altijd sneller dan de liftvuistregel “normale reissnelheid gedeeld door twee”, dus we doken het hippiebusje in.

En… we hebben het geweten. De verwachte aankomsttijd was toen we in het busje stapten 15:30, maar de uren bleven er bij vliegen. Uren en uren hebben we in het busje gezeten. Ik heb geslapen op de bank achter in het busje omdat ik echt mijn ogen niet meer dicht kon houden. We hebben tweemaal koffie gedronken langs de weg en de vrouw die ons meenam bleef maar lullen over de gekste verhalen. Niet 80, maar 30 kilometer per uur haalden we als het op de snelweg helling op ging. 30! Het was alsof bij de 800 meter tijdens de Subweek Omar het opnam tegen de allerbeste hardloper van Quintus. Een regelrecht drama dus…

22:00 was het toen we eindelijk in Reims arriveerden. Kapot liepen we het hostel in, waar alle andere teams al waren gearriveerd. We hadden dan wel de minste lifts nodig gehad van iedereen en dus de minste tijd langs de weg doorgebracht. Toch waren we als allerlaatst, zelfs later dan eeuwig verliezer Thomas, in het hostel gearriveerd. Meestal is het tegendeel waar, maar slow but steady won zeker niet deze race. Gelukkig was er in Reims genoeg champagne aanwezig om ons verdriet weg te zuipen…